Werkgroep Genealogie
De vereniging heeft een werkgroep Genealogie. Deze houdt zich bezig met het raadplegen van archieven en doet onderzoek naar nieuwe feiten omtrent de genealogie van de Auvergnaten; zowel in Nederland als daar buiten.
Vragen aan de werkgroep kunt u stellen door een bericht te sturen naar: genealogie@vrienden-van-auvergne.nl
In het Bulletin dat de vereniging uitgeeft doet de werkgroep verslag van de resultaten van hun onderzoek.
Hieronder de laatste verslagen van de werkgroep.
Twee nieuwe namen toegevoegd
Zoals inmiddels bekend is, speurt het echtpaar Hutchinson ijverig op internet naar nieuwe emigranten uit de Auvergne. Op zoek naar de familie Mialeret vonden zij Antoine Mialet uit Rilhac. Antoine Mialet is de zoon van Joseph Mialet en Marie Mayrou, geboren te Rilhac Xaintrie op 12 augustus 1799, chaudronier, fabrikant de parapluies,overleden te Bergen op Zoom op 25 juni 1869 akte 85. Hij trouwde te Bergen op Zoom op 20 juli 1835 met Anna Cornelia Dietvorst dochter Dionius Dietvorst en Petronella de Graauw, gedoopt te Bergen op Zoom op 30 augustus 1806, ovrelden te bergen op Zoom op 4 oktober 1867. Zo ziet u maar weer dat het mooie boek dat door Piet en Tiny lestrade is opgezet eigenlijk nooit af is, altijd komen er weer nieuwe vondsten bij, terwijl natuurlijk door huwelijken, geboorten en overlijdens de feiten ook altijd weer veranderen. Het blijft een levensboek dat steeds weer wordt aangevuld.
De werkgroep genealogie op zoek in Leiden
Onze werkgroep genealogie gaat van tijd tot tijd weer op pad om naar nieuwe namen van geëmigreerde Auvergnaten te zoeken. Zo zijn ze op 26 augustus 2010 in de sleutel stad Leiden op bezoek geweest. Dat waren Tiny Lestrade, Hanna Sons, Rivka Peyra, An en Mart Hutchinson. Hoewel de gebruikelijke registers van de burgelijke stand, de doop- , trouw- en begraafboeken niets opleverden, boorde het gezelschap een andere bron aan namelijk het Poortersboek waarin burgers uit den vreemde zich moesten laten inschrijven en een poorterseed moesten afleggen. Daarbij vond ons speurende groepje twee nieuwe namen.
Als eerste stootte het gezelschap op de naam Pierre Treijl, in Frankrijk oorspronkelijk waarschijnlijk Treil (of Treille?), nu in Nederland Trel uit Cahors (Verdier) in de Lot, van beroep "schaarslijper". Hij legde op 9 augustus 1773 de poorterseed af.
Ook in Leiden werd gevonden: Claude Bertier, "Paruijkmaker"in 1787 te Leiden, geboortig van Overne in Vrankrijk. Hij heeft op 28 juli 1783 de poorterseed afgelegd en ook op 25 juli 1787. Waarschijnlijk gaat het hier om een en de zelfde persoon.
Hiermee zijn er weer twee nieuwe namen toegevoegd aan ons almaar uitdijende boek, waaran het echtpaar Hutchinson vele uren besteedt.
De werkgroep genealogie weer op stap
Het jaar 2007 was nog maar net begonnen, toen de werkgroep genealogie (Tiny Lestrade, An en Mart Hutchison, Hanne Sons) al weer op stap ging. Dit keer werden de archieven in Roosendaal en Bergen op Zoom bezocht, in de hoop nog onbekende emigranten te ontdekken. Helaas was de oogst niet groot.
In februari werd weer een poging ondernomen. Dit keer stonden Nijmegen en Doesburg op het programma.
Helaas moest Tiny wegens griep op het laatste moment afhaken.
In het archief van Nijmegen vonden we jammer genoeg niets.
Na nog wat door de stad gelopen te hebben zijn we naar Millingen aan de Rijn gereden, waar we overnachtten.
De volgende dag gingen we op pad naar Doesburg. Miep (een voorhistorische tomtom in de auto van An en Mart) dirigeerde ons via Duitsland. Langs een prachtige route belanden we in Doesburg. Het archief daar was heel genoeglijk. Het ontbrak er nog aan dat we koffie geserveerd kregen bij de vele originele stukken die ter inzage gegeven werden.
An en Mart vonden veel aanvullingen op de familie Balduk.
Ik ploeterde me door burgerschapsboeken, vreemdelingenlijsten en gildenboeken. Het archief van het smedengilde, het “Sinttelooie gildt” (Sint Eloy gilde) bevatte helaas alleen maar Nederlandse namen. Uiteindelijk zorgde ook Doesburg niet voor grootse ontdekkingen!
Terug naar huis liet Miep ons weer uitgebreid de toeristische routes rijden. In het donker zou de kortste route ook prima zijn geweest. Reden voor An en Mart om Miep op korte termijn vaarwel te zeggen en een 21e eeuwse tomtom aan te schaffen.
De rit naar onze volgende archiefbestemming zal dus gladjes verlopen!
Hanne Sons
Verslag van de werkgroep genealogie
De twee ons bekende dames Mazet en Reyt uit Pleaux stuurden mij een brief waarin ze berichtten dat ze nu met de genealogie van hun eigen familie bezig waren. In de familie van Danielle kwam een meisje voor die met een Escure trouwde, en de vader van die Escure was overleden in Biervliet! In diezelfde tijd had Mart Hutchison hem ook ontdekt op internet via zijn memorie van successie. Ik vroeg zijn overlijdensacte aan en daaruit bleek dat die Escure in Zwaamslag woonde. Zijn overlijden werd aangegeven door Jean Baptist Charbonnel die in Axel verbleef. Twee ons onbekende personen uit de Auvergne. Vandaar dat Mart, Anne, Hanne en ik in juli eens zijn gaan neuzen in Terneuzen waar Zwaamslag en Axel onder vallen. Maar eerst bezochten wij het archief in Hulst. We werden heel vriendelijk ontvangen en er werd zelfs koffie en thee voor ons gezet! Maar helaas niet veel te vinden. We hadden een aardig hotel in Terneuzen uitgezocht, liepen langs de Schelde en aten heerlijk in het Arsenaal. De volgende ochtend naar het archief in Terneuzen maar gek genoeg kwam noch Escure in Zaamslag, noch Charbonnel in Axel voor! Toen besloten we naar Middelburg te gaan en daar vonden we diverse koperslagers, die ook in ons boek thuishoren maar nog verder moeten worden uitgezocht. Thuis gekomen keken Mart en Anne onmiddellijk op internet en vonden daar ook gegevens. Even daarna kreeg ik een mailtje van ene Ed Gladdines wiens voorvader ook koperslager was, geboren in Teyssieu in de Lot, die zich in Oosterhout vestigde. Die moet dus ook nog in ons boek opgenomen worden, maar hij komt eerst nog bij mij om gegevens uit te wisselen. Zoals uit bovenstaande blijkt, verveelt de werkgroep genealogie zich nog niet. Zo belde Anne mij op om te vertellen dat ze in het tijdschrift van de Nederlandse Genealogische Vereniging had gelezen dat een R. Delpeut lid was geworden. Die moet dus geïnteresseerd zijn in genealogie, hetgeen voor mij aanleiding was om te bellen. Ik kreeg een mevrouw Delpeut uit Amersfoort aan de lijn waarmee ik in een interessant gesprek raakte, maar ze deelde mee niet met de familie Delpeut bezig te zijn, maar met de familie van haar moeder. Wel stond ze een paar dagen later bij mij op de stoep om ons boek te kopen!
Dat zijn toch wel weer succesjes.
Tiny Lestrade
Koperslager geweest, nu vagabonderende
Begin
augustus werd het voor de werkgroep genealogie weer eens tijd voor een
archiefbezoek.
De keus viel dit keer op het Noord-Hollands Archief in Haarlem.
Dit archief
(gemeentearchief van Haarlem en provinciaal archief van Noord Holland) is in de
prachtig verbouwde Janskerk gehuisvest.
We
besteedden onze tijd vooral aan het aanvullen van nog ontbrekende gegevens in
al bestaande genealogieën.
Mijn oog
viel opeens op een boek met de rugtitel: Uittreksel uit Schouts Criminele
Rolle. Het was een deel uit het rechterlijk archief, en besloeg de periode
1794-1811. Een sappig verhaal is nooit weg, dus ik bladerde wat in dat boek.
En daar kwam
ik Pieter André tegen.
Deze Pieter
was: ‘Geb. Auvergne in Frankrijk, reeds enige tijd (13 jaar) in dit land
zwervende, van de ene plaats naar de andere, zonder vaste woon- of
verblijfplaats te hebben, 28 jaar, koperslager geweest, nu vagabonderende’.
Op 19
november 1799 werd het volgende over hem geschreven: ‘met een neef en twee
knechts in de Bloemstraat te Amsterdam een koperslagerij gehad, daarna bij een
nicht in dezelfde straat gewoond, na ruzie en dronkenschap het huis verlaten
met een schuld van ƒ 61, -. In Haarlem ’s-nachts thuis geweest in “de Oijevaar”
in de Spaarnwouderstraat. Wilde hier komen ketellappen. Na de nacht met een
andere man in 1 bedstede te hebben doorgebracht, is hij ‘s –morgens vroeg
overhaast, zonder ontbijt, “zijn camisool nog toeknoopende” de deur uitgegaan
omdat hij van die ander een zilveren horloge met stalen ketting had gestolen.
Dit wilde hij verkopen, maar dat is hem niet gelukt’.
Als straf
werd geëist: ‘Aan den lijve straffen en confineeren’.
Het vonnis
was milder: ‘Eeuwige verbanning uit het voormalig gewest Holland’.
De ‘eeuwige
verbanning’ moet niet al te heftig worden opgevat. Verbanningen uit stad of
departement(en) werden nauwelijks of helemaal niet nageleefd. Er werd wel
rekening mee gehouden bij een eventuele volgende veroordeling – de straf werd
dan hoger.
Ik heb
geprobeerd om deze Auvergnaatse vagebond nog verder te volgen, maar helaas, in
het Haarlems archief dook hij niet verder op. Zou hij terug gegaan zijn naar
Amsterdam? Of buiten Holland zijn gaan vagabonderen?
Of
teruggekeerd naar zijn vaderland?
Wie weet
komen we hem nog wel eens tegen in een ander archief…
De rechter
zou content zijn: we houden hem, al is het dik 200 jaar later, nog steeds in de
gaten!
Namens de werkgroep genealogie,
Hanne Sons